Zeven films lang lukte het niemand om een goede Resident Evil-film te maken. Van Milla Jovovich tot de reboot-poging uit 2021: elke poging kreeg het stempel "rotten" op Rotten Tomatoes, met als hoogste notering een schamele 39 procent voor Resident Evil: The Final Chapter. Op 18 september ging de achtste film in première en die reeks is in één klap doorbroken.
Een score die niemand had zien aankomen
Regisseur Zach Cregger, bekend van Barbarian en Weapons, leverde een Resident Evil af die op Rotten Tomatoes opende op 96 procent, gebaseerd op 71 recensies. Op Metacritic haalt de film een 80, de hoogste score ooit voor een verfilming van een videogame. Ter vergelijking: deze reboot scoort daarmee hoger dan The Odyssey, de Christopher Nolan-film die tot voor kort gold als hét kwaliteitsijkpunt van 2026 in de bioscoop.
Sony zette de film neer rond Bryan, gespeeld door Austin Abrams, een medisch koerier die tijdens een nachtdienst midden in een virusuitbraak in Raccoon City belandt. Zach Cherry, Kali Reis en Paul Walter Hauser spelen ondersteunende rollen, en PlayStation Productions zat mee aan tafel als producent. Meer details over de cast en productie staan op de Wikipedia-pagina van de film.
Wat Cregger anders deed dan zijn voorgangers
Waar eerdere Resident Evil-films de games vooral gebruikten als excuus voor actiescènes, koos Cregger voor de omgekeerde weg. IGN-recensent Tom Jorgensen schreef dat de regisseur begrijpt hoe je een videogame vertaalt naar een film zonder een van beide media tekort te doen, ook als dat betekent dat hij bewust van de verwachtingen afwijkt. The Wrap noemde de film een explosieve horror-ervaring die begint als doodserieuze verschrikking en langzaam overgaat in absurditeit, zonder dat het wringt. AV Club-criticus Jacob Oller prees vooral de regie: grappiger, gemener en op zijn sterkste momenten een verfrissende evolutie voor de franchise.
Het patroon is bekend voor wie Insidious 6 heeft gezien: een gevestigde horrorreeks krijgt pas echt nieuw leven als een regisseur met een eigen stem het stuur overneemt in plaats van de studio-formule te herhalen. Cregger deed dat eerder al met Barbarian en Weapons, twee films die opvielen door hoe ze met genreverwachtingen speelden, en past dat recept nu toe op een franchise die twintig jaar lang op de automatische piloot draaide.
Wat daarbij opvalt is dat Cregger niet koos voor een cast vol grote namen om de twijfel bij het publiek weg te nemen. Austin Abrams was vóór deze film vooral bekend van bijrollen in series, geen actiester met een streepje voor. Juist die keuze maakt het verschil: de film hoeft niet te leunen op sterrenstatus omdat het verhaal en de regie het werk doen. Dat is precies waar de reeks in eerdere delen aan voorbijging, toen de nadruk lag op spektakel in plaats van op een hoofdpersoon waar je iets om geeft.
Het publiek is het bijna helemaal eens met de critici
Een hoge kritiekenscore zegt niet altijd iets over hoe een film in de bioscoopzaal landt, maar hier lopen beide gelijk op. Het publiek gaf de film een B+ op CinemaScore, een prima cijfer voor een horrorfilm, en de openingsweek leverde 60 miljoen dollar op tegenover een productiebudget van 75 miljoen dollar. Voor een franchise die het laatste decennium vooral nog draaide op nostalgie is dat een duidelijk signaal dat een goed script en een regisseur met visie meer opleveren dan opnieuw dezelfde formule uitmelken.
Het doet denken aan het verhaal van Coyote vs Acme, dat na jaren stilstand alsnog een hit werd zodra de film eindelijk de kans kreeg om zijn publiek te bereiken. Bij Resident Evil ging het niet om een studio die de film op de plank liet liggen, maar om zeven eerdere pogingen die het vertrouwen van kijkers hadden verspeeld. Dat vertrouwen win je niet terug met een trailer, dat win je terug met een film die daadwerkelijk goed is.
De vorige reboot uit 2021, Welcome to Raccoon City, moest het destijds doen met slechts 30 procent op Rotten Tomatoes en werd door zowel critici als gameliefhebbers weggezet als een gemiste kans. Dat Sony het na die teleurstelling nog een keer aandurfde, met een nieuwe regisseur en een compleet andere aanpak, is precies waarom deze ommekeer nu zo opvalt. Het is niet de zoveelste poging die op dezelfde manier faalt, maar de eerste die laat zien dat het bronmateriaal wel degelijk een goede film in zich heeft.
Niet iedereen is overtuigd
De lovende recensies zijn geen unaniem koor. The Guardian-recensent Jesse Hassenger schreef dat Cregger er goed in slaagt om je 90 minuten lang om hoofdpersoon Bryan te laten geven, maar dat hij zijn personage vlak voor de finish laat vallen zonder de arc echt af te maken. Het is de meest gehoorde kritiek: de film is knap geregisseerd en zit vol spanning, maar de emotionele afronding voelt gehaast. Voor een horrorfilm die vooral op sfeer en tempo leunt, is dat een kleine smet op een verder sterke reboot.
Wat dit betekent voor de rest van de franchise
Sony had lang geen idee wat te doen met Resident Evil op het witte doek. Nu de film zowel critici als publiek weet te overtuigen, ligt er ineens een blauwdruk voor waar de reeks naartoe kan. Een studio die zeven keer de plank misslaat en dan bij de achtste poging de beste videogameverfilming ooit aflevert, bewijst vooral één ding: het probleem zat nooit bij het bronmateriaal, maar bij wie ermee aan de slag ging. Voor fans van de games is dat goed nieuws, want de personages van Capcom verdienden na twee decennia eindelijk een film die ze serieus neemt.